Welke voorlopers kende de pianola

Pianola; Orchestrion; Boek-, Band- en Plankpiano; Cilinder-, Plaatpiano en Orgelboekpiano; Piano Melodico; Automatisch Spelende Piano.

1.    Pianola    Klik hier

Truchado’s Geigenwerk 1625 : één van de eerste mechanische piano’s, hoewel het toen nog een soort klavecimbel met draailiersysteem was en Geigenwerk heette. De knielende Geigenist aan de toetsen. Een ander bediende de hendel aan de achterkant om de met perkament bedekte wielen in beweging te brengen voor de vibratie. Uitgevonden in Duitsland eind 16e eeuw. Deze is van de Spaanse monnik Raymundo Trochado (Brussels Conservatorium)

2.    Orchestrion          Klik hier

Er zijn twee bijzondere voorlopers van het Orchestrion : het Panharmonicon en het Componium.

a)    Panharmonicon

  Voorzijde                Achterzijde         

Uitgevonden door Johann Nepomuk Mälzel in 1805 (zoon van een orgelbouwer 1772-1838) en bedoeld om mechanisch een orkest te vervangen. Wel bestond het destijds alleen nog uit wind- en percussie-instrumenten. Je moet denken aan : 4 fluiten, een piccolo, 5 hobo’s, 5 klarinetten, 2 fagotten, een contrabassoon, 2 hoorns, 4 trompetten, 4 trombones, een triangel, Turkse cymbalen, kleine en grote trommels, pauken en orgel pedalen. Bijzonder was, dat hij zowel gebruikmaakte van doorslaande als opslaande tongen. Het werkte op gewichten. De melodie stond op een gepinde houten cilinder.

b)    Componium

 

De mechanische muziek improviseerder van Dietrich Nikolaus Winkel (1776-1826). Rond 1801 kwam hij naar Amsterdam en trad in dienst bij Speel- en Orgelkunstwerkmaker Leib. Althans Coenraadt was overleden, maar zijn weduwe Catharina van den Brom zette het bedrijf voort. Rond 1812 werkte hij samen met Weckbrodt aan Flötenuhren. Niet veel later vestigde hij zich als Fabrykant in Muzyk Instrumenten. Het Componium werd ontwikkeld in 1821. Een mechanisch salonorgel met twee cilinders, die gelijktijdig afgespeeld kunnen worden. De muzykrollen werden gestoken door J. Meister en de muziek werd gecomponeerd door Jacob Rauscher. Het percussiedeel heeft een aparte motor. Verder werkt het orgel op zgn. toevals-raderen, waardoor je op een gegeven thema melodisch en ritmisch oneindig kunt variëren. Het instrument is te zien bij de MIM in Brussel (B).

In Nederland zijn nog vier Speeluurwerken van Winkel te zien bij Museum Speelklok :

  • 1815 ‘De Lady’. Klein cilinderorgel met carillon (bellen), was onderdeel van een klok. Vijf cilinders spelen o.a. Mozart en Cimarosa.
  • 1816 ‘Haagse Winkel’ Empire salonorgel in de vorm van een secretaire. Ook hier is het uurwerk verloren gegaan. Orgelwerk door gewicht aangedreven, 3 registers, klavier heeft 51 toetsen (42 muziektoetsen, 3 register-, 3 grote trom- en 3 triangeltoetsen). De originele cilinder bevat een stuk van Mozart.
  • 1819 ‘De Freule’. Dankt zijn naam aan de schenkster Jonkvrouwe C.Six. De speelklok heeft 2 x 32 pijpen. De regulateur wordt aangedreven door een gewicht. Er zijn totaal zes cilinders met schroefnotatie.
  • 1826 ‘Douairière’. Een kabinetorgel of cilinder orchestrion. Heeft een klavier met 71 toetsen en houten fluiten. De vier bijhorende cilinders kennen een schroefnotatie, aangedreven door een gewicht. Uniek was de regulateur, die vleugels had met zelfexpansie. Dit om de snelheid beter te controleren. Namens haar overleden echtgenoot schonk Mw. C. de Beaufort-Miseroy dit pronkstuk aan het museum. Zie de video van Niels :  https://www.youtube.com/watch?v=Nqngx6B0vm0

 

Zie voor afbeeldingen en verdere info de website van het Pianola Museum :

https://www.pianola.nl/Pianola_Museum/Dietrich_Nikolaus_Winkel.html

Zie ook cilinderpiano.

 

3.    Boek- en Band- en Plankpiano

a)    Boekpiano : Een voorzetter spelend op geperforeerde kartonnen kaarten, die d.m.v. bandjes met elkaar verbonden zijn. Uitgevonden door Jean Louis Fourneaux in 1863. De voorzetter (Pianista Automatique) werd in 1869 gebouwd bij Monsieur Therese, Parijs. Patenten zijn later verkocht aan Jerome Thibouville-Lamy, Parijs en Lamy in Mirecourt (F). Zie voor verdere info boek Pianola’s. Een andere boekpiano is de Piano Melodico (zie 5 hieronder)

                

b)    Bandpiano : Paul Ehrlich van de Fabrik Leipziger Musikwerke (D) zorgde ook hier voor toepassing op een piano (zie ook plaatpiano). Een oneindige strook papier in de vorm van een plaat. De uitvinding is geregistreerd in 1892.

c)     Plankpiano : Uitvinder Alexandre Débain (F) 1846. Het opzet plankapparaat op zich werd door hem Antiphonel genoemd. Daarna werd het geheel ingebouwd met losse planken en noemde men het  Piano à planchettes. De muziek is lineair genoteerd in de vorm van metalen stiften op een aantal genummerde planken.

 

4.    Cilinder-, Plaatpiano en Orgelboekpiano

a)    Cilinderpiano : de opkomst van de piano in de tweede helft van de 18e eeuw leverde tevens de cilinderpiano op. De eerste werd vervaardigd door John Longman, Londen rond 1790. Een later exemplaar uit 1804 deed al enigszins denken aan een Orchestrion. De klankkleur werd bepaald door twee ivoren knopjes (pianoregister en luitregister). Het slagwerk door de andere drie knoppen (trom en triangel). Een gewicht motor brengt het aandrijf-mechanisme in beweging (zie boek Pianola’s).

De meest succesvolle cilinderpiano’s waren de Italiaanse en Spaanse straatpiano’s. Die in heel Europa opgang deden. Een bijzondere variant was het Ca’i-orgel op de Antillen. In café ’s en andere uitspanningen werden straatpiano’s iets groter en al gauw Tingel Tangels genoemd.

 

b)    Plaatpiano : De Duitse pianomaker Paul Ehrlich ontwikkelde in 1886 een automatische mini piano spelend op kartonnen platen. Officieel genaamd Piano Salon Orchestrionette ‘Orpheus’. Afmetingen : 89 x 45 x 19 cm.

                                               

Orchestrionette 'Orpheus'                                                     Clavier Automat

Een jaar later patenteerde hij zowel een voorzetter als opzetter op ware grootte. De pedalen bleven vrij. Hij noemde het een ‘Clavier Automat’. Het werkte met behulp van  kartonnen Ariston platen, 24 toons.

c) Orgelboekpiano (Klavier mit langem Faltkartonband) : Eveneens gepatenteerd door Paul Ehrlich in 1892

5. Piano Melodico - Pianophon

Het verschil met een pianola is, dat het niet pneumatisch werkt. De hamerkoppen spelen de snaren aan via een draaiwieltje. De muziek komt van kartonnen boeken. Het apparaat is 30-, 48- of 73-toons (bij de Verdi of Falstaff modellen twee tonen extra voor een automatic Forte geluid). De uitvinder van de Piano Melodico 1886 is Giovanni Racca. In 1889 verleende hij een licentie aan de Duitser Wilhelm Späthe, Gera. Deze laatste werkte samen met de Rus Hlawatsch, die uitvinder was van een aantal andere mechanische instrumenten. Het verbeterde exemplaar werd een Pianophon genoemd, met veerwinding i.p.v. handgedreven. Tijdsduur was 12 minuten.

         

Tafelmodel                                                             Detail

Voor verdere info zie Pianola Bulletin december 2017

6. Automatisch spelende piano - Piano's met muntautomaten

Eigenlijk geen echte Voorlopers meer, omdat ze werden ontwikkeld tijdens de uitvinding van de pianola

a) DeKleist - Wurlitzer Tonophone 1897 (USA) - piano met gepinde houten rol

b) Peerless Style D - 1902 (USA) - piano met papierenrol ontwikkeld door Frederick Engelhardt

           

 

Voor andere bijzondere verhalen met veel achtergrond info abonneer je op ons Bulletin